Bergbahnen, bergvakanties, bergmagazine en nieuws
BERGUNDBAHN
NL
SUBMENU
Kabelbaanklemmen
Kabelbaanklemmen
Kabelbaanklemmen

Kabelbaanklemmen

  • Auteur: Ronald van den Berg

Waarom vallen kabelbanen niet bij bosjes van de kabels? De cabines, gondels en stoeltjes hangen in vergelijking met het gewicht dat ze moeten dragen met een relatief klein draagvlak op een kabel. Toch blijven de gondels en cabines netjes op de juiste plaats hangen zonder dat ze over de kabel heen en weer schuiven. 

Kabelbanen zitten met klemmen vast aan de zogenaamde draagkabel. Deze kabel kan dienst doen puur en alleen als draagkabel of als combinatie, draagkabel en trekkabel, een zogenaamd Förderseil. Er zijn twee soorten klemmen, de zogenaamde vaste klemmen en de koppelbare klemmen. 

Vaste klemmen

Een vaste klem, de naam zegt het al, zit vastgeklemd op de kabel, en kan niet van deze kabel worden losgemaakt. Koppelbare klemmen kunnen wel van de kabel worden losgekoppeld. De allereerste omloopkabelbanen hadden alleen maar vaste klemmen aangezien de koppelbare klem toen ook nog niet was uitgevonden. Pendelkabelbanen maken altijd gebruik van vaste klemmen aangezien ze ook alleen maar heen en weer gaan op dezelfde kabel. Een koppelbare klem heeft in dit geval geen enkel nut.

Voor- en nadelen van een vaste klem

Het voordeel van een vaste klem is dat je niet hoeft na te denken over hoe de klem losgekoppeld dient te worden van de kabel. De klem kan compleet geïntegreerd worden met de kabel. Daarnaast is het goedkoper dan een koppelbare klem. Het grote nadeel van de vaste klem is dat, omdat ze niet losgekoppeld kunnen worden, de gondels en stoeltjes ook in de stations dezelfde snelheid behouden als tijdens de rit zelf. Passagiers moeten dus in- en uitstappen terwijl de kabelbaan met dezelfde snelheid in het station rondgaat. Uiteraard kan de snelheid wel worden aangepast maar dat heeft dan invloed op de snelheid van de gehele baan. Ook de stoeltjes en gondels die ergens boven een diep ravijn hangen gaan dan langzamer of komen tot stilstand. Gevolg is dat de maximumsnelheid van een gondel of stoeltje met een vaste klem nooit al te hoog kan zijn. De maximumcapaciteit per uur van wat de kabelbaan aan passagiers kan vervoeren is daarom ook beperkt. Daarnaast is ook de grootte van het stoeltje beperkt. Omdat de snelheid hetzelfde blijft gaan de stoeltjes ook met een vaste snelheid rond de kabelschijf. Hoe hoger de snelheid hoe meer krachten er vrijkomen tijdens het ronddraaien rond de schijf. Grotere stoeltjes hebben uiteraard meer gewicht en de centrifugale krachten worden daarom te groot. Een éénpersoonsstoeltje of een tweepersoonsstoeltje is mogelijk maar grotere varianten zijn vrijwel uitgesloten.

Koppelbare klemmen

Een koppelbare klem kan in tegenstelling tot de vaste klemmen wel van de kabel worden gehaald. Zodra een gondel of stoeltje het station binnengaat wordt de klem geopend en gaat de gondel verder op een rails. De draagkabel waarop de gondel bevestigd was gaat gewoon met dezelfde snelheid verder. De rail die vanaf hier de gondel overneemt gaat veel langzamer zodat de passagiers gewoon relatief rustig in en uit kunnen stappen. Als de passagiers zijn ingestapt en de deuren in geval van een gondel gesloten zijn wordt de gondel weer op snelheid gebracht en zodra de snelheid gelijk is aan de snelheid van de op vaste snelheid draaiende draagkabel wordt de gondel of het stoeltje weer gekoppeld aan de kabel.  

Hoe werkt een koppelbare klem

Als een gondel of ene stoeltje het station wil verlaten is de klem nog losgekoppeld van de draagkabel. Door middel van een rail beweegt de gondel zich door het station. Om de gondel op de snelheid te brengen van de kabel wordt de gondel vervolgens via een soort tussenstuk met grote wielen voortgestuwd. De veer van de klem wordt ingedrukt waardoor de klem zich opent. Via een geleidingssysteem wordt de klem naar beneden gedrukt zodat deze zich om de klem begeeft. Vervolgens wordt de veer weer langzaam losgelaten zodat de klem weer dichtgaat maar dit keer om de kabel. De gondel is nu bevestigd aan de kabel en zal bij het volgende station op dezelfde wijze, andersom, weer van de kabel worden gehaald.

Geschiedenis van de koppelbare klem

In de loop der jaren zijn er verschillende kabelbaanproducenten geweest die koppelbare klemmen hebben gemaakt. Zo zijn er de in 1940 door Van Roll ontwikkelde koppelbare klemmen, de zogenaamde VR101 klemmen. Deze VR101 klemmen werkten op basis van zwaartekracht in combinatie met een veer. De koppelbare klem van Van Roll heeft het zogenaamde klemhuis bevestigd bovenop de kabel, hierdoor kan er bij deze klemmen geen gebruik gemaakt worden van zogenaamde laaghouden steunen of pilaren. Bij deze steunen gaat de kabel onderlangs. Dit betekend dus dat ook de steun die direct bij het dalstation staat een hooghoudende steun dient te zijn.

Een ander bekend systeem voor koppelbare klemmen is het systeem ontwikkeld door Ingenieur Gerhard Müller, de zogenaamde System Müller koppelbare klem. Het System Müller was een van de eerste systemen m.b.t. koppelbare klemmen. De eerste kabelbaan met een System Müller klem was de stoeltjeslift Sattel-Hochstuckli die in 1950 werd geopend. Het grote voordeel van deze klem was dat er slechts 1 kabel nodig was die zowel als draag- als trekkabel gebruikt kon worden. Tot deze tijd werd er meestal gebruik gemaakt van systemen met aparte draagkabels en trekkabels. Bij de System Müller klem wordt de klem dankzij een aandrijvingswiel geopend en gesloten. De gondel wordt in het station op snelheid gebracht en op de kabel gelegd en middels het aandrijvingswiel wordt vervolgens de klem gesloten.

Nieuwere systemen werken met zogenaamde bordveren die ervoor zorgen dat de klem zich opent en sluit in de stations.

Meer weten over de verschillende kabelbanen types of over kabelbaanterminologie?

Laat een reactie achter

Dit is een reactie op een geplaatste reactie.