Bergbahnen, bergvakanties, bergmagazine en nieuws
BERGUNDBAHN
NL
SUBMENU
Kabelbaan Terminologie
Kabelbaan Terminologie
Kabelbaan Terminologie

Kabelbaan Terminologie

  • Auteur: Ronald van den Berg

In de wereld van de kabelbanen is de terminologie over het algemeen in het Duits. Dit omdat de meeste kabelbaanbouwers uit de duitstalige landen komen. Zo komt Doppelmayr uit Oostenrijk, Leitner uit Zuid-Tirol (noord-Italie maar hier speekt men ook Duits) en Garaventa uit Zwitserland. 

Om een goed beeld te geven van het woordgebruik van in de kabelbaanindustrie is het uitgangspunt van onderstaande lijst het originele Duitse woord. Vervolgens de Nederlandse variant en de omschrijving van de term.

Kabelbaan woordenlijst

Betriebsbremse = Algemene rem
De algemene rem zorgt ervoor dat de kabelschijven vertragen en dat de cabine netjes en rustig de stations binnenlopen. Dit is de rem die normaal gesproken wordt gebruikt.

Drahtseil = Staalkabel
Dit is een kabel gemaakt van staal. Het gaat hier om een kabel die bestaat uit gevlochten stalen draden. Omdat het om gevlochten draden bestaat is de kabel sterker en is de kans dat deze knapt kleiner dan bij een kabel die bestaat uit één geheel.

Fang- oder tragseilbremse = Draagkabelrem
De draagkabelrem is het laatste redmiddel, de laatste rem na de algemene rem en de zekerheidsrem. Deze draagkabelrem bevindt zich tussen de wieltjes van de transportverbinding en kan ervoor zorgen dat de cabines direct tot stilstand gebracht kan worden.

Förderband = Transportband
De transportband die gebruikt wordt tijdens skilessen. De skiërs kunnen gaan staan op de transportband die ze vervolgens rustig naar boven brengt. De transportband wordt vooral gebruikt op de vlakkere hellingen en wordt gebruikt door de beginnende skiër.   

Förderseil = Combinatie van draag- en trekkabel
Het Förderseil wordt gebruikt bij de kabelbaanvarianten die gebruik maken van slechts 1 kabel. Het gaat hier in de meeste gevallen om omloopkabelbanen. De gondels van deze omloopkabelbaan hangen dan aan een kabel die dankzij de kabelschuiven ronddraait.

Hanfseile = Henneptouw
Draad van hennep. In de begintijden van de kabelbanen werden de hennepkabels in plaats van staalkabels gebruikt. Deze kabels waren uiteraard niet zo sterk en betrouwbaar als staalkabels. Toen men op een gegeven moment uitvond hoe staalkabels te fabriceren werden de hennepkabels ingeruild voor de staalkabels.

Laufwerk = Transportverbinding
Met het Laufwerk rijden de cabines op de draagkabels. De transportverbinding bevat wieltjes die uit elastisch materiaal bestaan. Het voordeel van het elastische materiaal is dat deze beter dempen en dus voor een prettigere reis zorgen. Daarnaast slijten de wieltjes minder snel.

Pendelbahn = Pendelkabelbaan
Kabelbaan die heen en weer gaat tussen dal- en berstation. Meestal heeft een pendelkabelbaan twee cabines, de één gat naar boven en tegelijkertijd gaat de ander naar beneden. Er zijn echter ook soorten met maar 1 cabine.

Schiefen Seilbahnen = Scheve kabelkanen
In vroeger tijden waren treinen nog niet instaat om kleine stijgingen in het spoor te overwinnen. Een Schiefen Seilbahn is een spoor dat in het trace een gedeelte heeft dat steil loopt zodat een normale locomotief dit niet kan redden. Op dit stuk wordt dan gebruik gemaakt van een trekkabel om de wagons naar boven te trekken en naar beneden te laten zakken. Erg praktisch is dit uiteraard niet, het kost veel tijd en je hebt op 1 route meerdere locomotieven nodig.

Schmiedeeiserne Wulste = Geschmede knopen
Dit zijn knopen in een staalkabel waarmee het begin en het einde van de kabel aan elkaar zijn gesmeed. Omdat men heel vroeger nog geen kabels kon maken die uit één geheel bestonden moest men het begin- en het einde aan elkaar verbinden.

Seilreiter = Kabelscheider
Voor de Seilreiter is niet echt een Nederlands woord te vinden maar kabelscheider komt het dichtse in de buurt. Het gaat hier om steunen in een V- of L-vorm. Deze V- of L-vormige onderdelen bewaren de afstand tussen 2 draagkabels. Als een cabine gebruikt maakt van meerdere draagkabels dan wil je niet dat deze kabels door wind of ander soort schommelingen per ongelijk door elkaar heen gaan lopen. Men gebruik de V-vorm bij 2 kabels en de L-vorm bij 1 kabel. 

Seilscheiben = Kabelschijven
Een kabelschijf is een keerschijf voor de kabel. In zowel het dalstation en het bergstation bevinden zich één of meerdere kabelschijven. Deze schijven draaien constant waardoor de kabel rondgedraaid wordt. Het zijn enorme ronde schijven waaraan de motor van de kabelbaan gekoppeld zit. Deze motor laat de schijf draaien en zorgt er dus voor dat de kabelbaan in beweging komt.

Seilschwebebahn = Kabelbaan
Kabelbaan waarbij de cabines en gondels aan een staalkabel hangen. Dit is de meest voorkomende vorm van kabelbanen, sleepliften niet meegerekend.

Sicherheitsbremse = Zekerheidsrem
De zekerheidsrem zit rechtstreeks gekoppeld aan de kabelschijven en kan deze, indien dat nodig is, direct tot stilstand brengen.

Standseilbahn = Kabelspoorweg
Een treintje dat middels een kabel over een spoor een steile helling wordt opgetrokken. 

Stützen = Steunen
Dit zijn de steunen op een route van een kabelbaan waarop de kabels rusten. Deze steunen zijn nodig om het gewicht van de cabines en stoeltjes goed te kunnen verdelen. Zonder steunen zouden, in de meeste gevallen, de cabines en gondels op de grond liggen. Tegenwoordig zijn er pendelkabelbanen die gebruik maken van slechts 2 steunen, één aan het begin en één aan het einde van de route. De kabels worden gespannen tussen deze 2 steunen en dit is voldoende om het gewicht van de twee cabines op te kunnen vangen. Dit systeem is mogelijk als een kabelbaan niet te dicht over de grond zweeft, bijvoorbeeld tussen twee bergen.

Tragseil = Draagkabel
Kabel die de cabine, gondel of het stoeltje draagt. Deze kabel wordt dus uitsluitend gebruikt om de last te dragen en niet om deze te trekken. 

Umlaufbahn = Omloopkabelbaan
Bij een omloopkabelbaan gaan de gondels en stoeltjes rond. Zodra ze boven zijn draaien ze rond via de kabelschijf en gaan ze weer naar beneden. 

Umlaufbetrieb = Omloopsysteem
Zie omloopkabelbaan.

Zugseil = Trekkabel
Kabel die de cabine, gondel of het stoeltje over de draagkabel trekt. Hierdoor komt het geheel in beweging en kan de kabelbaan van heen en weer bewegen. 

Wil je meer weten over de verschillende soorten kabelbanen, download dan gratis het complete kabelbaanoverzicht.

Laat een reactie achter

Dit is een reactie op een geplaatste reactie.